vrijdag 8 december 2017

Kerst editie 2017



-----------------

- Een Kerstverhaal (door B. Champion)                                                                 
- De Geest van de Christus Bladeren uit de tuin van Morya’ I                                            
- De Roos (Omraam Mikhael Aivanhov)   
 - Culamalunkya Sutta (verhalen over de Boeddha)                                                         - Liefde (lied uit: De wolk van niet-weten)                                                                                            
- De Spirituele Strijder (Chogyam Trungpa)                                                                       
- De Onzichtbare Regering (Agni Yoga)   
 - Over bijzondere thema’s en symbolen in verschillende tijdperken (Agni Yoga )
- Alle mensen zijn Engelen (Agni Yoga- ‘Broederschap’) 
- Vervolgverhaal HPB, Met mevrouw Blavatsky in Rome en de Sabijnse bergen”                     Deel 3 A –   Een historische reconstructie (1)                                                                  

                                                                             

* * *


Een Kerstverhaal
(door B. Champion, ‘National President van de Australische afdeling
van de Theosophical Society’ in 1997)

Naarmate 25 december dichterbij komt wordtr de vraag vaker gesteld: hebben wij kerstmis laten verworden tot een verplichting, een tijd van koortsachtige activiteit die alleen betrekking heeft op de materiele wereld? Zijn de spirituele tradities die wij zogenaamd aan het vieren zijn in deze tijd van het jaar verloren geraakt in de gloedvolle drukte van de feestdagen? Voelen wij ons, zodra 25 december voorbij is, weer fris en vernieuwd in de geest of uitgeput en vragen wij ons af waar dat hele gedoe voor nodig was? Zijn wij verrijkt of verarmd door de komst van kerstmis?
(...) 
Van jongs af aan wordt ons verteld dat kerstmis de verjaardag is van het heilige kindje, dat zo’n 2000 jaar geleden in Bethlehem geboren werd; dat het kindje Jezus opgroeide om het voertuig te worden voor de Christus en dat aldus een nieuwe godsdienst, bekend als het christendom, ontstaan is. Het zou een kind van deze tijd echter vergeven kunnen worden dat het zich afvraagt hoe het verband ligt tussen het verhaal van de Geboorte, de kersglitter en glim en de wilde jacht die uitmondt in een uitgebreid kerstdiner.
Het enige dat het huidige kind wel kan rijmen met kerstmis is het krijgen van ontzaglijk veel cadeautjes! Zie de verbijstering van een jong kind op kerstochtend wanneer hij ene pakje met speelgoed na het andere openmaakt. Vaak is het speelgoed aan het eind van de dag al kapot en dit leidt tot teleurgestelde verwarring bij het kind. Hoe heeft de idee van geschenken geven met kerst zo ver af kunnen raken van het eerbiedig geschenken brengen aan het Heilige Kind door de majesteitelijke figuren die voorkomen in het Geboorteverhaal?
De Ware Betekenis van Kerstmis
Corinne Helene zegt in haar boek Het Mysterie van de Christos dat de adventstijd die de hele maand december duurt, ook wel het feest van lichtjes genoemd is, omdat de spirituele impulsen van het seizoen de mensheid voorbereiden op een neerdaling van de hemelse krachten die de jaarlijkse wedergeboorte van de Kosmische Christus in onze aardse sferen vergezellen. Zij zegt verder dat de ware betekenis van het kerstseizoen ligt in de geboorte van het Christus-bewustzijn in ons. Dat is de grote gave aan de mensheid in deze tijd.
Zij spreekt over de oeroude legenden die bestaan hebben sinds de mensheid werd ingedeeld in rassen en naties. Er komt in deze verhalen altijd een hoge ingewijde in een vrouwelijke vorm periodiek naar de aarde om moeder van een Wereldleraar van die tijd te worden. Bij iedere gelegenheid is dit een Heilige geboorte geweest, voorafgegaan door een aankondiging door een engel en een onbevlekte ontvangenis.
Hier volgen een paar oeroude legenden:
In Egypte schonk de vrouwelijke godin Isis het leven aan de heilige baby Horus op 25 december- op midwinter zonnewende -  en die gelegenheid werd gevierd met groot feestvertoon terwijl de mensen ritmische zongen: ‘De Maagd heeft gebaard’.
In de Heilige Nacht in het oude Griekenland wil de legende dat Kore – de maagd-  werd binnengehaald na het baren van Aeon, de Nieuwe Tijd of het Nieuwe Jaar.
Mitra, de Heilige van Perzië, zou op 25 december geboren zijn.
De midwinter zonnewende werd ook gevierd in het oude Rome, ter nagedachtenis aan het huwelijk van de aarde en de zon en inwijdingen van mystici werden gevierd als nieuwe geboorten in die tijd.
Heer Krishna, vaak genoemd als de Christus van India werd net als het kindje Jezus in nederige omstandigheden geboren, terwijl zijn moeder en vader op een mysterie reis waren naar de bergen. Interessant is dat in dit verhaald koeherders in plaats van schaapherders het kind kwamen aanbidden. De zon stond in die tijd in het teken van Taurus (stier) en de koe wordt in India nog steeds als heilig gezien. Onze auteur verduidelijkt dat, toen de Heilige Geboorte plaatsvond in Palestina, de zon Taurus had verlaten en in Aries stond, het teken van het lam, en dus waren het schaapherders die het kindje Jezus kwamen aanbidden.

Het verschijnen van de Christus
Bijna tweeduizend jaar geleden kwam dat wonderbaarlijke wezen op aarde, dat functie bekleedt van de Chrisuts, de Wereldleraar.
Sommige theosofen menen dat deze grote gebeurtenis werd vergemakkelijkt door de bereidheid van de grote Adept, die wij kennen als de Meester Jezus, om dertig jaar eerder te incarneren, zodat een geschikt voertuig beschikbaar zou zijn voor het neerdalen in de stof van dit Grote Spirituele Wezen, de Christus. Het overschaduwen van de Meester Jezus gedurende de laatste drie jaar van zijn leven vormde de basis voor wat wij tegenwoordig kennen als de christelijke religie en de Kerst-Mis wordt iedere jaar om deze tijd gevierd. 

Ons wordt verteld dat dit niet de eerste keer was dat de Christus neerdaalde in een stoffelijk lichaam om licht en leiding te even aan de mensheid. De Bhagavad Gita, genaamd het Hindoe ‘Lied van God’ heeft een tijdloze boodschap. Wij lezen dat God meer dan 25 eeuwen geleden incarneerde in de vorm van Krishna en Arjuna, die de mensheid vertegenwoordigt. Krishna zegt tot Arjuna; ‘Hij die de aard van mijn taak kent en van mijn Heilige Geboorte, wordt niet opnieuw geboren.



Religies – veranderende gewaden van Waarheid.
Religies zijn beschreven als de veranderende gewaden van eeuwige Waarheid, want Waarheid is mysterieus en moeilijk te vangen en kan nooit statisch of gefixeerd zijn, noch absoluut of eindig. Dus vertolken religies de partiële waarheden die hun stichters konden begrijpen.
Ontegenzeggelijk hebben religies mensen geïnspireerd tot een meer morele en ethische handelwijzen. Vele zijn echter vervolgd en veroordeeld omdat ze het waagden het dogam van een religie te weerstreven. Eeuwen na de geboorte van een nieuwe religie is de oorspronkelijke boodschap.

~ ☼ ~


De Geest van de Christus
Bladeren uit de tuin van Morya’ I ; 72 ~Agni Yoga serie

De Geest van Christus ademt over de woestijn van het leven.
Gelijk een bron vindt Hij Zijn weg door de massieve rotsen.

Aan de melkweg straalt Hij in myriaden lichten en Hij stijgt omhoog in de stengels van bloemen.

-------

De Roos
(Omraam Mikhael Aivanhov)


Een overlevering vertelt dat rozen entiteiten zijn, afkomstig van de planeet Venus; zij hebben ermee ingestemd op aarde te incarneren om de mens te helpen.
Wie kent evenwel die missie van de rozen?
Men gebruikt ze om er tuinen en appartementen mee te versieren, om er een man mee aan te trekken of een vrouw mee te verleiden.
In werkelijkheid is de roos er om voor ons de weg van de ware liefde te openbaren.
Ziedaar de rol, de boodschap van de roos.
Als de roos beschouwd wordt als de koningin onder de bloemen, dan is dat omdat zij ons over de ware liefde onderwijst, de liefde die niet kluistert, maar die bevrijdt.
De dag waarop de mensen het offer zullen begrijpen, dat de roos heeft gebracht door in hun midden te komen, en haar boodschap zullen aannemen, zullen zij wellicht op haar gaan lijken: overal waar ze voorbijgaan zullen ze de atmosfeer doordringen met een heerlijk parfum.

~ ☼ ~

Culamalunkya Sutta
1.) Aldus heb ik gehoord:
Op een keer was de Gezegende in Savatthi bij een bos van Jetta dat Anathapindika Park wordt genoemd.
2.) Toen de Eerwaarde Malunkyaputta in zijn eentje zat te mediteren, kwam de volgende gedachte bij hem op:
3.) Er zijn onderwerpen die de Gezegende nooit heeft verklaard, terzijde gesteld, of zelfs vermeden, namelijk: ‘De wereld is eeuwig’ en ‘ de wereld is niet eeuwig’,  en ‘de wereld is eindig’ en ‘ de wereld in oneindig’, en ‘de ziel is hetzelfde als het lichaam’ en ‘ de ziel is het ene en het lichaam is het andere’, en ‘na de dood is de Tathagata niet meer’.  De Gezegende heeft deze vragen niet beantwoord, terwijl het mijn voorkeur en wens is dat hij ze wel verklaart, en dus ga ik naar de Gezegende toe en zal hem hiernaar vragen. Als hij al deze vragen kan verklaren, dan zal ik mijn verdere leven aan hem wijden. Als hij dat niet kan, dan zal ik de training niet aanvangen en voortgaan met hetgeen ik reeds deed.
4.) Toen het avond werd beëindigde de Eerwaarde Malunkyaputta zijn meditatie en ging onderweg naar de Gezegende. Nadat hij hem eer had bewezen ging hij aan zijn zijde zitten. Daarop vertelde hij de Gezegende wat er in zijn gedachten was opgekomen en voegde daaraan toe:
5.) Als de Gezegende weet dat de wereld eeuwig is, laat hij dan verklaren dat de wereld eeuwig is. Als de Gezegende weet dat de wereld niet eeuwig is, laat hij dan verklaren dat de wereld niet eeuwig is. ... (etc. zie 3)
6.) Welnu, Malunkyaputta, heb ik ooit tegen jou gezegd: ‘Kom Malunkyaputta, ga je leven aan mij wijden, want dan zal ik je verklaren dat de wereld eeuwig is, of dat de Tathagata is, noch niet is, na zijn dood?’ .
‘Nee eerwaarde heer’
‘Heb jij me ooit verteld: “Ik zal mijn verdere leven aan de Gezegende wijden, en de Gezegende zal mij verklaren dat de wereld eeuwig is, of dat een Tathagata na zijn dood zowel is, als niet is? “ ‘
‘Nee, eerwaarde heer. ‘
‘Als dat zo is, misleide man, wie bent u en wat is het dan waar je mee door zou gaan? ‘
7.) ‘Als iemand zou zeggen: “Ik zal mijn leven niet wijden aan de Gezegende, als hij me niet kan uitleggen of de wereld eeuwig is, of dat de Tathagata na zijn dood is, of niet is;  want dan zou dat onverklaard blijven door een Tathagata en ondertussen zou die persoon sterven.”

Stel je eens voor dat een man geraakt zou worden door een pijl die dik is ingesmeerd met vergif en zijn virenden en andere omstanders riepen er een arts bij, maar de man zou zeggen: ‘ik wil niet dat de pijl eruit wordt gehaald, voordat ik weet wie de man was die de pijl op mij heeft geschoten, of dat hij een soldaat was, of dat hij uit een hoge kaste afkomstig is of een lage kaste, wat zijn naam en wie zijn familie is. Ik wil niet dat de pijl eruit wordt gehaald, voordat ik weet of de man die de pijl heeft afgeschoten groot of klein is, of hij zwaar of licht is, of hij een donkere huid of een lichte huid heeft, of hij in een dorp of een stad woont. Ik wil niet dat de pijl eruit wordt gehaald, voordat ik weet of de pijl werd afgeschoten met een grote boog of een kleine, welk soort pees de schutter voor zijn boog gebruikte, of de pijl van gekweekt hout of van wild groeiend hout is gemaakt, welke soort veer er aan de pijl is bevestigd, of die van een havik is, van een kalkoen, van een wouw of een ooievaar. Ik wil niet dat de pijl eruit gehaald wordt als ik niet weet met welk soort garen de pijl is bespannen waarmee ik geraakt wordt, of dat gemaakt is van ossehaar, het haar van een aap, het haar van een leeuw of van een buffalo. Ik wil ook weten hoe de punt van de pijl is gemaakt, met een mes gescherpt, of gespleten, of het een kalfs tand is of een oleander.
Voordat al deze kennis zou zijn vergaard, zou de man reeds gestorven zijn. Zo gaat dat ook, Malunkyaputta, als iemand zou zeggen: ’ik ga mijn leven wijden aan de Gezegende, nadat hij me verklaard heeft ... ‘. Want dat zou nog steeds onverklaard blijven door een Tathagata, terwijl de persoon ondertussen al lang gestorven zou zijn.  
8) Er zal nooit een leven van toewijding zijn als bekend is dat ‘de wereld eeuwig is’. En er zou ook geen leven van toewijding zijn als bekend is dat ‘de wereld niet eeuwig is ‘.  Maar omdat er het idee bestaat ‘de wereld is eeuwig’ en het idee bestaat ‘de wereld is niet eeuwig’,  daarom is er ook geboorte en is er ouderdom en is er dood, en er is ook spijt, jammerklagen, pijn, verdriet en wanhoop, waarvan ik hier en nu de opheffing heb aangereikt.
9) Hieruit mag je afleiden, Malunkyaputta, dat hetgeen wat door mij onverklaard is, onverklaard is gebleven en datgene wat ik verklaard heb, door mij verklaard is. En wat heb ik onverklaard gelaten? ‘De wereld is eeuwig’ heb ik onverklaard gelaten. ‘De wereld is niet eeuwig’ heb ik onverklaard gelaten. (... etc.)
10) Waarom heb ik dat onverklaard gelaten? Het heeft geen link met het welzijn van de mensheid, het heeft niets te maken met de beginselen van een leven van toewijding, het leidt niet tot onthechting, tot wegvagen, tot oplossing, tot vrede, tot directe kennis, tot volledige verlichting, tot nibbaba. Daarom heb ik het onverklaard gelaten. 
11.) Wat heb ik wel verklaard? ‘Dit is lijden’ heb ik wel verklaard. ‘Dit is de oorzaak van lijden’ heb ik wel verklaard. “Dit is de opheffing van lijden’ heb ik wel verklaard. “Dit is het pad naar de opheffing van het lijden’ heb ik wel verklaard.
12.) Waarom heb ik dat verklaard? Het heeft verband met het welzijn van de mensheid, het behoort tot de beginselen van een leven van toewijding, het leidt tot onthechting, tot het wegvagen, tot opheffing, tot vrede, tot directe kennis, tot volledige verlichting, tot nibbana. Daarom  heb ik dat wel verklaard.
13.) Herinner je daarom, Malunkyaputta, dat wat door mij onverklaard is gebleven onverklaard is, en herinner je ook dat wat ik verklaard heb, ik dat wel verklaard heb’. Dit is wat de Gezegende heeft gezegd. De Eerwaarde Malunkyaputta was tevreden met het antwoord en hij verheugde zich in de woorden van de Gezegende.

Uit; A treasury of the Buddha’s Words, vertaald door Nyanamoli Thera; Mahamakut Rajavidyala Press; Bangkok 2. (1977) Ned. Vertaling: Upasaka Paññdipa. (Theosofia-april 1995)


***
LIEFDE (lied)
Liefde is veruit het belangrijkste van alles.
Het is de gouden toegangspoort naar het Paradijs.
Bid dat u liefde begrijpt;
mediteer er dagelijks op.
Ze verjaagt vrees;

ze is de vervulling van de wet;
ze overwint een veelheid van zonden.
Liefde is volstrekt onzichtbaar.
Liefde zal alles overwinnen.
Er is geen ziekte die (met) genoeg liefde niet zal genezen.
Geen deur die (met) genoeg liefde niet zal openen.
Geen kloof die (met) genoeg liefde niet zal overbruggen.
Geen muur die (met) genoeg liefde niet zal slechten.
Geen zonde die (met) genoeg liefde niet zal goedmaken.
uit: De wolk van niet-weten

~ ☼ ~

De Spirituele Strijder
Om een spiritueel strijder te zijn, moet men een gebroken hart hebben;
zonder een gebroken hart en het gevoel van tederheid en kwetsbaarheid, is uw krijgerschap onbetrouwbaar.

Chogyam Trungpa



---------------

De Onzichtbare Regering

Vurige Wereld I –nr 657~Agni Yoga

U heeft volkomen gelijk wanneer u zegt, dat het bestaan van een Onzichtbare Regering veel mensen in de war brengt, maar als er een onzichtbare duistere regering bestaat, waarom zou er dan geen Regering van Licht bestaan?
Kan het menselijke verstand zo vertroebeld zijn, dat het eerder alles erkent wat duister is dan nadenkt over het Licht?
De mensen begrijpen werkelijk meer van de duistere krachten die universeel verenigd zijn en hebben daar meer over gehoord, maar de Regering van het Goede en het Licht is bijzonder verdacht. 


De mensen zijn er niet aan gewend voor het Goede verenigd te zijn.
Zij beschouwen het Goede als een prachtig voorwendsel voor onenigheid.
De hele ziekte van onze planeet kan men zien als een gevolg van de volslagen tweedracht tussen hen, die hun krachten voor het Goede hadden kunnen verenigen.
Het is zeer betreurenswaardig, dat de harten van de mensen zich zelfs in een tempel niet op samenwerking richten.
Laat ons dus diep nadenken over elke uiting van vriendelijkheid, want dat is al een sprankje samenwerking.
***

Over bijzondere thema’s en symbolen in verschillende tijdperken
Broederschap  nr. 524 / 525- Agni Yoga

In verschillende tijdperken zijn er bijzondere thema’s en symbolen verschenen, die niet als het werk van individuele scheppers gezien konden worden.
Zij bleven als tekenen van het hele tijdperk bewaard.
Op het ogenblik wordt het thema Atlantis in het bijzonder genoemd.


Geheel los van elkaar hebben mensen in verschillende delen van de wereld zich vergeten aardbevingen en overstromingen herinnerd.
Laten wij deze herinneringen niet als bedreigingen zien.
Wij staan ver van dreigingen af.
Wij kunnen helpen herinneren en waarschuwen, maar niemand van Ons maakt gebruik van de duistere kracht of maakt iemand bang door suggesties.
De vrije wil blijft de kenmerkende eigenschap van de mens.
Het is jammer als deze prachtige energie waanzinnigen in een afgrond drijft.
Men kan waarschuwende maatregelen treffen, maar het is ontoelaatbaar de wet van de vrije wil te schenden.
Aan het verloop van het lot van Atlantis kan men zien, dat er overvloedig werd gewaarschuwd, maar de waanzinnigen luisterden niet.
Zo kan men ook in andere tijdperken waarschuwingen waarnemen.

De Atlantiërs beheersten de luchtvaart, zij wisten hoe zij planten konden kruisen, zij maakten gebruik van krachtige energieën, zij kenden de geheimen der metalen, zij muntten uit in dodelijk oorlogstuig.
Zijn dat geen verworvenheden, die aan enkele andere tijdperken doen denken?

~ ☼ ~

Alle mensen zijn Engelen
Agni Yoga- ‘Broederschap’ nr. 278

"In de oudheid werd gezegd: “Alle mensen zijn engelen”.
Waarlijk, mensen zijn de boodschappers van de verre werelden.
Vandaar, dat hun verantwoordelijkheid zo groot is.
Zij nemen maar zelden de verantwoordelijkheid op zich om datgene te dragen wat hun is toevertrouwd en zijn zelfs niet verontrust als zij de schat verliezen.
Slechts enkele personen betreuren het dat zij iets vergeten zijn wat zij gehoord hebben.
Laat de mensen niet vergeten, dat zij boodschappers zijn en een verbinding met de verre werelden.

Zulk een bewustzijn maakt op zich het leven van elke dag mooi."



~~ * ~~

Met mevrouw Blavatsky in Rome en de Sabijnse bergen

 

Een historische reconstructie (1)

Deel III A

Jo de Kler

Garibaldi. Naar aanleiding van een artikel in de New York Mercury van 18 januari 1875, getiteld ‘Heroic Women’, waarin voor mevr. Blavatsky waardering werd uitgesproken voor haar heldhaftig gedrag in de Slag bij Mentana, schreef zij in een antwoord aan dat blad, dat zij beslist nimmer tot de vaste staf van Garibaldi had behoord en dat zij uitsluitend uit eigen overtuiging aan de genoemde slag had deelgenomen.
(Coll. Writ. Vol. I, pag. 55).


Cagliostro. ‘Zijn lot geleek op dat van ieder mens die bewijst meer te weten dan zijn medebroeders; hij werd gestenigd door vervolgingen, leugens en schandalige aanklachten en toch was hij de vriend en raadgever van de hooggeplaatsten en machtigsten van ieder land dat hij bezocht. Hij eindigde door in Rome terecht te staan als ketter en naar men zegt stierf hij gedurende zijn opsluiting in een staatsgevangenis.’
(H. P. Blavatsky in haar Theosofisch woordenboek, uitg. 1906, pag. 47)

Een terugblik door de spiegel (¹)
Helena was wakker geworden door het straatlawaai, dat door de open balkondeuren van haar hotelkamer doordrong. Het was nog te vroeg voor het ontbijt. In haar peignoir gehuld, zittend voor de kaptafel met de instelbare spiegel, keek ze peinzend naar haar spiegelbeeld. Plotseling besefte zij hoezeer zij veranderd was, vergeleken met de jongere Helena van 18 jaar geleden. Tóen had zij eveneens Rome bezocht, al was het onder totaal andere omstandigheden. Toen was zij vitaal en stond haar man. Had ze niet van harte meegedaan met de partisanen-beweging van Garibaldi? Waarschijnlijk was hij wel de enige Grootmeester van de Vrijmetselarij die tevens een uitgebreide opleiding had genoten in guerillatactiek. Zij was zelfs gewond geraakt bij die enigszins onberaden en fataal afgelopen slag bij Mentana, hier zo’n 20 km in N.O. richting vandaan. Wat een wilde was zij toen toch eigenlijk geweest, bedacht zij geamuseerd. Damesachtig kon men haar toen beslist niet noemen!.
De misrekening van Garibaldi(²)

Toen zij destijds in Rome aankwam, wist ze al, dat Garibaldi samenwerkte met een andere bekende vrijmetselaar: Mazzini.

Beiden streefden ze naar de bevrijding van Italië uit overheersing door de Vaticaan-staat. Vergeleken met de behoedzame Mazzini, imponeerde Garibaldi haar echter het meest, door zijn elan en durf. Wat zij toen echter nog niet wist, maar nu wel, was dat Mazzini de voorgenomen slag bij Mentana had afgeraden, hoewel hij wel steun toezegde ‘voor zover dat mogelijk zou zijn’. Welnu: wat hàd Mazzini gelijk gekregen!

De getrouwen van Garibaldi begonnen zich in de middag van 2 november 1867 te verzamelen. Uitgerekend op die dag kondigden zich de eerste herfstregens aan, met plensbuien die werden afgewisseld door een hardnekkig aanhoudende miezerregen.  Men stelde zich op tussen Mentana en Monte-Rotondo, om de nauwe dalen van de Sabijnse bergen als rugdekking te hebben, voor het geval men zou moeten terugtrekken. Ofschoon al wat doorweekt, was Helena toen nog vol goede moed. Zag ze er misschien zó uit? 


Om de tegenstander zoveel mogelijk te misleiden werden ’s avonds grote vuren aangestoken, die de gehele nacht brandende werden gehouden. Het idee was, dat veel kampvuren de troepenmacht groter zou doen schijnen. In ieder geval gaf de warmte van die vuren althans enige kans om de kilte van de tot op de huid doorweekte kleding wat tegen te gaan. Het leek wel een eeuwigheid tot de ochtendschemer aanbrak. Nu kon men uitkijken naar troepenbewegingen, maar ze waren van een soort die Garibaldi er niet bepaald vrolijker op maakte. Een deel van zijn aanhangers had blijkbaar na deze natte kille novembernacht er al schoon genoeg van en ging liever terug naar Rome, naar moeder de vrouw, die tenminste een warme hap had met een ferme slok… Alleen de vaste kern van getrouwen blééf. Maar meer dan 3000 waren er niet. De verder verwachte steun, van het volk zelf, bleef uit… De andere beweging was die van de pauselijke troepen, die zich gereed maakten om slag te leveren. Het legioen van Garibaldi weerde zich echter kranig en had in het begin van de middag zelfs al een paar kanonnen veroverd. Helena hield zich bij voorkeur in de buurt van Garibaldi op.

Geheime kentekens
Natuurlijk hadden ze intussen allang kennis gemaakt. Voor vrijmetselaars onder elkaar was dat nu eenmaal niet zo erg moeilijk, omdat men daarvoor de geheime kentekens kan gebruiken. Het viel Helena op, dat hij er oud en vermoeid uitzag… Geen wonder. Hij was net 60 geworden en enorm geplaagd door reumatiek, wat verergerde door het natte weer.  Als Helena daar nu, 18 jaar later, aan terugdacht, kon zij met hem sympathiseren. Die middag had hij haar nog toe gefluisterd, strikt in vertrouwen natuurlijk, dat hij af en toe vreesde dat hij, uit een zittende houding op het met rotsen bezaaide terrein rond Mentana, niet meer zonder hulp overeind zou kunnen komen. Tegen het einde van de middag werd men geconfronteerd met het ergste, met iets dat niemand scheen te hebben voorzien.


Héél in de verte, van achter de pauselijke linies kwam nòg wat aan… Garibaldi tuurde ingespannen door zijn veldkijker. Hij kon nauwelijks zijn ogen geloven! Het bleken Franse troepen te zijn, een hele divisie van 9000 man, speciaal voor deze gelegenheid per schip overgebracht van Toulon naar Civitavecchia en van daar, met een klein spoorlijntje, naar Rome.


Zelfs dat bleek nog niet het allerergste te zijn, want deze goed geoefende en uitgeruste troepen hadden óók nog een totaal nieuw wapen bij zich, waarvan de Franse regering dolgraag wilde weten of het in de praktijk inderdaad zo’n opruiming onder de vijand kon houden als de fabrikant beweerde. Het was een totaal nieuwe uitvinding, genaamd het ‘Chassepot-geweer’, een soort snelvuurgeweer, dat ook nog heel ver droeg.


Welnu, Helena kon vaststellen dat het wapen inderdaad heel ver schoot! Al gauw hoorde zij de kogels venijnig over zich heen fluiten. Het was een geluk, dat het mogelijk was om dekking te zoeken achter rotsblokken. Op dit moment besefte Garibaldi dat de slag verloren was. Emotioneel liep hij het vijandelijk vuur tegemoet: dit wilde hij niet overleven. Ontzet keek Helena naar het drama, dat zich voor haar afspeelde. Gelukkig konden enigen van zijn adjudanten hem overreden niet met zijn leven te spelen, omdat hij als volksheld niet gemist kon worden. En zo liet hij zich meevoeren om zich over te geven.
Terwijl Helena dit alles probeerde te verwerken, lette zij even niet goed op, en dat werd haar fataal. Hoe het precies gebeurde zou zij niet meer kunnen vertellen. Zij kreeg naar het scheen een enorme stomp in haar schouder en een pijn in haar rechterdijbeen alsof daar een gloeiende pook langs gehaald werd. Toen zij naar haar schouder greep voelde zij een klap tegen haar linker bovenarm, waarna die arm ineens slap omlaag bungelde. Het leek wel of er iets over haar heensprong, daarna verloor zij het bewustzijn. Kameraden die haar zagen vallen, dachten dat zij dood was.

Ontsnapt aan gevangenschap
Dat Helena de voorkeur gegeven had aan de naaste omgeving van de aanvoerder bleek nu haar redding te zijn. Juist daar gingen vrienden zoeken of er nog overlevenden waren, die hulp nodig hadden. Zij was weer bijgekomen door de pijn en ging in de opkomende duisternis rechtop zitten, om een houding te vinden die de pijn dragelijk maakte. Zo werd ze ontdekt. Was dat niet gebeurd, dan had zij de koude novembernacht in de lagere hellingen van het gebergte niet overleefd. De meeste helpers waren ontkomen aan gevangenneming, door langs kleine geitenpaadjes naar hoger gelegen schuilplaatsen tussen de rotsen te verdwijnen. Samen met andere lotgenoten werd Helena in een kleine huifkar gezet. Dicht op elkaar gedrongen moesten zij proberen de komende nacht zo goed als maar mogelijk was door te komen, ondanks de verwondingen. Aan het zoeken van deskundige medische hulp in het niet al te ver gelegen Rome, viel eenvoudig niet te denken! Zij zouden onmiddellijk zonder pardon in een gevangenis zijn geworpen. Tussen al die anderen, dikwijls zwaar gewonden, zou er zelfs van eenvoudige medische hulp niet veel terecht gekomen zijn. Voor menige gewonde zou dat praktisch gelijk staan met het einde…

De helpers beseften dat terdege. Daarom namen zij geen enkel risico, maar sloegen nog diezelfde nacht de lange weg in naar het rebellennest in de bergen van Umbria. Gelukkig was het pas nieuwe maan geweest, zodat slechts een smal maansikkeltje laag aan de hemel stond. Over een uur of wat zou ook dat zijn ondergegaan, zodat het een donkere nacht zou worden, met een bewolkte hemel.  Helena dacht niet graag terug aan die nacht, tussen steunende mannen samengehurkt in een hoogst ongemakkelijke houding. Zij was terneergeslagen door de aller ongelukkigste afloop. Dat het nu juist ook Franse troepen moesten zijn die alles hadden bedorven! Terwijl het immers óók Franse troepen waren geweest, die, nu ongeveer 75 geleden zo heroïsch gepoogd hadden Cagliostro uit de handen van de Roomse Inquisitie te redden!³) 



Ze kwamen weliswaar te laat toen, want toen zij het hoofdkwartier van de Inquisitie in Rome, het Castello di San Angelo – Kasteel van de Engelen – hadden bestormd en ingenomen, bleek Cagliostro al te zijn weggevoerd. Over die Engel-benaming kon Helena zich af en toe behoorlijk opwinden. Het cynisme dat eruit sprak maakte haar bijna misselijk.

Later werd ontdekt, dat Cagliostro ’s nachts in kleine étappes was overgebracht naar een veel sterker en goed te verdedigen kasteel, genaamd San Leo. Dit bevindt zich even ten zuidoosten van de huidige republiek San Marino. Zo gauw dit nieuws bij de aanhangers van Cagliostro bekend geworden was, werd door de Franse vrijmetselaars een stoutmoedig plan uitgebroed. Dat bestond uit niets meer of minder dan een luchtaanval!

Werd de eerste luchtaanval ter wereld door vrijmetselaars uitgedacht?
Ongetwijfeld aangemoedigd door de verhalen van Jules Verne, zoals het verhaal ‘Vijf weken in een Luchtballon’, dat beschreef hoe luchtreizigers een lange reis over dikwijls vijandig Afrika maken en dat net drie jaar geleden was verschenen en door de uitvinding van de ‘Montgolfière’, ook al iets van Franse herkomst, wilden bevriende vrijmetselaars Cagliostro redden, door bij verrassing op het kasteel San Leo neer te dalen om de beroemde gevangene uit zijn kerker te halen en te ontvoeren waarbij de Inquisitie deze keer het nakijken zou hebben.


Helaas is dit plan echter nooit tot uitvoering gekomen. Ondanks alle geheimzinnigheid waarmee de vrijmetselaars hun werkzaamheden vooral toen plachten te omhullen, lekte er blijkbaar toch iets van uit. Misschien waren ook doodeenvoudig de spionnen van de Inquisitie beter dan men dacht. Hoe dan ook: de pauselijke gevangenbewaarders van Cagliostro namen in kasteel San Leo geen halve maatregelen om ontvluchten te verhinderen: zij metselden zijn cel, op een klein doorgeefluikje na, geheel dicht. De pauselijke gevangene was toen al danig verzwakt door minstens 50 ‘ondervragingen’ en door de gedwongen, met ketenen bezwaarde boetelingen-tocht naar San Leo. Zijn beroemde levenselixer had hij allang opgebruikt. Nieuw kon hij niet aanmaken, onder de nimmer aflatende observatie en bij gebrek aan de nodige bestanddelen. En toch wist hij tot het einde toe met zijn enige wapen te imponeren.

Het uitspreken van de vervloeking
Bewakers verhaalden later met sidderende stem, terwijl zij angstig kruisen sloegen, dat Cagliostro met zijn laatste adem voorspeld zou hebben, dat er een definitief einde zou komen aan het huidige religieuze bewind, daar zou hij, vanuit de astrale wereld van het hiernamaals, met al zijn occulte vermogens voor zorgen. En zij hoorden een stroom van onbegrijpelijke woorden in een hun totaal onbekende taal, die zij alleen maar konden verklaren als aanroepingen van hogere machten… Dit alles ging in een soort koortsvisioen door Helena heen, terwijl het huifkarretje gestadig vorderde over de steeds donkerder wordende bergweg. Iemand naast haar had de doek opgelicht om naar buiten te kijken. ‘Van nu af aan zijn wij veilig’, zei hij, ‘Wij zijn buiten de kerkelijke staat. Ik ken deze streek.’ Zij die bij kennis waren voelden zich opgelucht. Men probeerde te slapen. Ook Helena dommelde af en toe weg, als zij een man naast haar, die in slaap steeds maar over haar heen dreigde te vallen, weer van zich afgeduwd had. Het schudden van de wagen en voorbij gaande regenbuien hielpen om haar enigszins in slaap te wiegen. De paarden klommen nu langzamer, over een steeds bochtiger weg, hoger en hoger. Het werd ook kouder. Het werd nu ook lichter en hun bestemming, een klein bergdorp, kwam in zicht.

Noten
¹) Over de periode van vóór 1875 zijn dikwijls maar weinig gegevens met zekerheid bekend, met name de periode onmiddellijk na de slag bij Mentana, maar vooral ook de periode van het huwelijk met Nikifor Blavatsky. Biografen hebben daar nogal afwijkende opvattingen over. Het bijgaande artikel is gebaseerd op de opvatting neergelegd in: A Short History of the Theosophical Society van Josephine Ransom, (Theos. Publ. House, Madras). Nikifor – volgens Josephine – stamde uit een mengsel van Russische avonturiers en Tartaren en een Kozakkenhoofdman, in essentie militair van aard dus. De reconstructie strookt hiermee in grote lijnen. Andere weergaven zijn dermate gecompliceerd, dat ze zoals de tegenwoordige zegswijze luidt: ‘niet kunnen worden gefilmd’.  In het huidige geval zou men kunnen spreken van een geromantiseerde historische reconstructie.
²) Gegevens over hem vindt men in het goed geïllustreerde boek van Max Gallo: Garibaldi (Gayard), waaruit ook de foto van Mazzini afkomstig is. Een foto van Garibaldi werd gebruikt voor een fotomontage.
³) Zie The Magic of Obelisks door PeterTompkins, Hoofdstuk 7.

***
(wordt voortgezet)



Kerst editie 2017

----------------- - Een Kerstverhaal ( door B. Champion )                                                                  - ...